Overzicht van al mijn verhalen

Klik hier voor de printbare PDF-versie van dit verhaal

Bolwerken ter verdediging van Putten in vroeger dagen

Jan van de Kraats

Bij het lezen van oude teksten die bewaard zijn gebleven in het Gelders archief in Arnhem kwam ik tot nu toe drie keer het terloops noemen van een Bolwerk op Puttens grondgebied tegen. Een bolwerk is een soort uitstulping van een verdedigingswal van waar uit men de vijand onder schot kon nemen. In latere dagen en in rijkere streken waren ze vaak in steen, maar hier moeten we denken aan aarden wallen. Het is aardig te vermelden dat stadswallen nadat ze hun nut hadden verloren regelmatig werden voorzien van wandelpaden waarover de burgers op zondagmiddag flaneerden. Zo'n wandelpad naar en over de bolwerken werd in Frankrijk vervolgens een boulevard genoemd afgeleid van ons Nederlandse woord bolwerk. Vanuit Frankrijk kwam het woord boulevard daarna weer bij ons terecht. Ondertussen gebruiken we bolwerk ook in de vorm als "kun je het wel bolwerken" en "Oost Groningen is een communistisch bolwerk".

Maar terug naar onze historie. Twee van de drie keer werd een bolwerk genoemd in het Oud Rechterlijk Archief en zijn ze bij mijn weten andere onderzoekers nog niet opgevallen. We beginnen met de oudste tekst die we eerst in het Oud Nederlands weergeven, waarna een korte inhoud volgt in meer begrijpelijke taal.

Het Bolwerk bij Wolfskamer.

Een tekst uit omstreeks 1526 te vinden onder nummer GA 0203 24-0010.

item Rickt Helmers mit meister Peter sijner voorspr[aak], sprack aen mit recht Philips Helmers ind Gerrit Morren omb oir beinde die wairheit uijt to draigen, voir toe seggen, ind nae to bestedigen mit oeren eedt as recht iss, wat hon wittich in kundich iss van dat velt genant die Wulfskamer, wes aent Bolwerck toe. Wie die van oltz toe gebrucke plegen, wolden sije oir konde dair nijet van seggen. Rickt hed dair bij to schade hondert golt gulden ind een schade mit recht. Philip Helmers tuijcht dat hij dairop ind dairbij gew[o]ent heeft, umtrent 60 jair ind hon en heeft nije gehoicht dat ijemantz dat ghebruct heeft, anders dan Rickt ind sijn olderen. Gerrit Moren tuijcht ind seijt dat hij van Rickt sijn vader gepacht heeft 6 jair lanck ind heeft desen nijemant sijen brucken dan Rickt ind sijn vader. Dit waeren sije oirboedich toe bewaeren mit oeren eedt die hon die lantdrost gefaest heeft bijs ten opener daige

In de laatste zin is mij ook niet elk woord duidelijk maar de strekking van het verhaal is dat Rickt Helmers met ondersteuning van meester Peter, de getuigen Philips Helmers en Gerrit Morren voor het gerecht daagt om onder ede te verklaren wat zij weten over een stuk veld dat de Wolfskamer heet. Dat stuk veld eindigt bij het Bolwerk. Wie pleegde dit veld te gebruiken? Als ze hun mond hielden kon Rickt 100 goud gulden schade vergoeding eisen. Philip Helmers verklaart dat hij daar ca 60 jaar gewoond heeft en hij zich niet herinnert dat iemand anders dan Rickt en zijn voorouders het in gebruik hebben gehad. Ook Gerrit Morren verklaart dat hij 6 jaar lang land van Rickt en zijn vader gepacht heeft en heeft het veld door niemand anders zien gebruiken dan door Rickt en zijn vader. Deze eerbiedige verklaring is door de landdrost vastgelegd en verzegeld tot de dag van opening. Hij zal deze verklaring nodig hebben gehad tegen anderen die aasden op het zelfde stuk veld.

De Wolfskamer is een gebied (zie Fig.1) aan de Stenekamerse weg. Het wordt in 1371 al genoemd (GA 0001_2663-0018). Dan is er sprake van ruim 7 morgen land op Wolfskamer. De boerderij westelijk van perceel K106 met die naam gelegen heet nu Roseboomsgoed naar een vroegere eigenaar, maar was oorspronkelijk boerderij de Wolfskamer en staat pal aan de huidige fietsstraat. Het oostelijk gelegen gebied heet de Wolfspollen. Was dit mogelijk een overblijfsel van een oude verdedigingswal tussen Putten en de Zuiderzee? De percelen Watergat en Egelenpoel duidden juist op laag land. Afgegraven ten behoeve van het bolwerk?

Aan de overkant van de weg ligt een perceel het Hoge Stuk, dit komt misschien eerder in aanmerking. Ook hier komt meer oostelijk de naam Wolfspollen voor.


Fig. 1 Het gebied (anno 1832) de Wolfskamer aan de Stenekamerse weg die naar het dorp Putten voert. Geheel rechts is de noordelijke afslag via de Kuiterweg als onderdeel van de oude route naar Harderwijk te zien. Rozeboomsgoed is de boerderij die nu nog pal langs de weg staat. Waar het bolwerk zich exact bevond is moeilijk te zeggen. Boerderij het Klooster is niet naar een oud klooster genoemd maar afgeleid van een persoonsnaam.

Het Bolwerk bij Boeijen.


Fig. 2 Het gebied bij boerderij Groot en Klein Boeijen waar zich een bolwerk bevond. Het lichtpaarse heidegebied rechtsboven was van het Huiner maalschap. Links daarvan mogelijk het bolwerk op de plek waar later het inmiddels weer verdwenen erfje de Bus kwam. Het ligt aan de oude zuidelijke route van Nijkerk naar Putten. Geheel linksonder nog de bekende boerderij Renselaar. Voor de hele kaart van Putten zie https://historieputten.vandekraats.com

Een tekst uit 1551 te vinden onder nummer 0203 29-0162.

Bessel Noijen mit Woltergen sijn huijsfrouwe, Arndt Rijcksen, Wijn Rijcksen, geboedt van die gemeijn maelen van Huijnen seggen ind tuijgen uijt eijnen mondt dat oer wittich ind kundich is dat ongeveerlick wail 50 off 60 jairlanck dat Huijnerbroecke gestreckt heefft to Boijen ain die vailt, as oer huecht ind kundich is. Ind nijewarlt? van enigen eijgendom ain dat gegraven kempken gehoert off geweten hebben, dan dat alde Bolwerck dat dair hen plach te gain is vurmaels vur die vijande gedaen. Ind Woltergen Bessels hier bij stande seijdt dat sij opt erve Boijen geboren is ind oer vader dat kempken nijet anders dan mit gemeijne maelen gebruijckt heefft, ind hebben dit bestedicht mit oeren ede as recht is

Hier is het verhaal of een kampje ontgonnen (gegraven) is uit het maalenveld van Huinen of dat het in eigendom hoorde onder boerderij Groot Boeijen in Hell. De bovengenoemde getuigen zijn door de malen gedaagd om een verklaring af te leggen. Zij spreken als uit een mond dat volgens hun herinnering (heugd en kondig is) dat het Huinerbroek 50 of 60 jaar daarvoor strekte tot aan de vaalt van Boeijen. (De vaalt was een stukje omheind land waar 's nachts het vee veilig was tegen wolven en tegelijkertijd de mest verzameld werd). Wie eigenaar van het ontgonnen kampje is weten zij niet. Zij weten wel dat het oude Bolwerk aldaar is gemaakt vanwege de vroegere vijanden. Woltertje Bessels zegt dat zij op het erf Boeijen geboren is en dat haar vader het kampje altijd als malengrond in gebruik heeft gehad. De getuigen bevestigen hun verklaring met een eed.

Waar ligt het kampje precies? Het blijft een beetje gissen. Tussen Groot en Klein Boeijen in ligt een apart lang perceel (zie H143 in Fig. 2). Hier is in latere tijden een klein boerderijtje De Bus ontstaan. Mogelijk aangetrokken door de vruchtbare grond van opgeworpen heideplaggen gebruikt bij het maken van het Bolwerk. De weg vanaf Nijkerk over de heide langs Renselaar en Klein Boeijen ging uiteindelijk via Halvikhuizen richting Putten. Een Bolwerk op die plek lijkt niet verkeerd gekozen.

Het Bungeler Bolwerk

Het Bungeler Bolwerk bevond zich tegenover boerderij de Goot in Diermen aan de weg naar Nijkerk. We citeren uit een gedeelte van de beschrijving van de vroegere grens van de polder Arkemheen. Zie Hof van Gelre en Zutphen Gelders Archief 0124 4882-0040 Civiel sententieboek 1610-1621.

oestwaarts henop bijlangs Hennickler Steghes tot aenden Tuck ende van den Tuck noortwaarts henom tot aen Bungelaer Bollwerck en van daer voort oostwaerts tussgen Cleijn Bogorst ende Fratersgoet herdoor tot op die Nijebeeke, wederom aenden Fraters bouwhoff op ten oort bij de Withagerstege ende eijntelic volgende die Nijebeeke noortwarts henom tot aen den Duckerdijck daer des dijckgreven sgouwe begint


Fig. 3 Linksboven het Bungeler Bolwerk op de kaart van Bernard Kempinck uit 1609. Horizontaal de oude route Putten-Nijkerk tussen Groot Bokhorst en de Grote Tuk door (zie tekst). De naam Ridderveld roept ook weer vragen op.

Na zware overstromingen van de polder Arkemheen rond 1600 besloot men tot krachtdadig ingrijpen. Het oude systeem waarbij grondeigenaren elk hun eigen stukje dijk moesten onderhouden werd een centraal geleid systeem waarvoor men naar oppervlakte grond moest betalen. Zie hierover het informatieve boek "De Gelderse Zeepolder Arkemheen" van de ons welbekende Dr.Wim Hagoort. Hij geeft ook een kaart uit 1609 van de omtrekken van de polder gemaakt door de landmeter Bernard Kempinck. In detail is de kaart beter te bekijken via het Gelders Archief 0124_0K17-0001. Er zijn prachtige details op te vinden (zie fig. 3). We zien hier een vrij klein rechthoekig walletje met een hekwerk dwars over de weg de polder in. Deze weg is de huidige Vleessteeg. Uitermate jammer is het dat het polderbestuur uit zuinigheid alleen de begrenzing van de polder heeft laten tekenen en niet alle wegen, bebouwing en percelen in de polder zelf. Hagoort geeft in de beschrijving van het bolwerk: heeft op deze plaats vermoedelijk betrekking gehad of op een houten schotwerk van palen of planken of op een dijkachtige verhoging, een soort landweer Als buitenstaander heeft Kempinck kennelijk Bingeler verstaan terwijl andere schriftelijke bronnen het altijd hebben over Bungeler. De route langs de Hennekelerweg in Nijkerk is duidelijk. Tot aan de Tuk moet wel slaan op wat we nu de Kleine Tuk noemen, nog net in Nijkerk. Vanaf daar noordwaarts naar het Bungeler Bolwerk is dan te begrijpen. Dan oostwaarts tussen Klein Bogorst en Fratersgoed door tot aan de Nieuwe Beek. Klein Bogorst moet ook in 1609 zijn geweest Groot Bokhorst. Landmeters maken vaak fouten in hun teksten. Fratersgoed is de huidige boerderij de Grote Tuk. Die is inderdaad van de fraters geweest en heette ook wel Nanningseng. Merk op dat de rijksweg Putten-Nijkerk pas omstreeks 1830 is aangelegd waarbij men niet meer tussen beide boerdeijen door ging (zie fig.4). Door houtwalletjes is de oude route ook nu nog te herkennen. De Nieuwe Beek kennen wij beter als de Schuitebeek of Veldbeek. De Fraters bouwhof op de Oort bij de Withagersteeg heet nu de Blankevoort en is inderdaad ooit van de fraters geweest. De Oort is wat we nu een voorde noemen, een doorwaadbare plek in de beek. Toen dit niet meer begrepen werd sprak men heel romantisch van boerderij de Blanke Voren. Onze tekst suggereert dat de Withagersteeg vroeger rechtstreeks naar de Blankevoord liep. Op de kaart van Kempinck is dat ook duidelijk te zien (hier niet getoond). Pas later is hij dan verlegd naar de meer noordelijk gelegen voorde of brug bij de Allermolen. Een bocht bij het Pannehuisje op de kaart van 1832 wijst daar ook op. Nu maakt de Withagersteeg nog eerder een bocht richting de Oldenaller brug. De Withagersteeg uit 1609 bij de Blankevoort heet nu Hogesteeg. Dit geeft wel aan dat we altijd moeten oppassen dingen een op een uit het verleden te transporteren.


Fig. 4 Hetzelfde gebied als in fig.3 nu op de kaart van 1832. De plek Bungeler Bolwerk heb ik aangegeven maar is al niet meer te herkennen alszodanig. We zien dat de route van de nieuwe Zuiderzeestraatweg naar Nijkerk bochten afsnijdt. Centraal de vroegere herberg de Muis met rechts daarvan de school de Keizerskroon. De lichtgroene percelen hooiland heten de Bungelers of Bungelskampen en waren oorspronkelijk van het Convent van Sint Katherijne te Harderwijk, kortweg de zusters uit Harderwijk. Boerderij de Goot lijkt pas na 1609 hier te staan.

Conclusie

We hebben nu drie bolwerken in Putten gevonden. De in dit verband meergenoemde Ridderwal in Hell heeft waarschijnlijk niets te maken met een verdedigingswerk maar is ontstaan als bescherming tegen de verwoestende werking van de middeleeuwse stuifzanden. Zie hiervoor een eerder verhaal "De Renselerberg en de Ridderwal" van mijn hand. Er zijn in het verre verleden vele rooftochtachtige oorlogen gevoerd in deze omgeving. Denk aan de invallen van de Noormannen en de latere invallen vanuit het Sticht Utrecht. Schriftelijke getuigen waaruit blijkt dat onze bolwerken daarin een rol speelden ontbreken helaas. We zullen het met onze fantasie moeten doen wat dat betreft. Ook wel eens aardig.

Overzicht van al mijn verhalen