Overzicht van al mijn verhalen

Klik hier voor de printbare PDF-versie van dit verhaal

De beroving van een vreemdeling op de Putterbrink

In 1735 vond er een beroving plaats op de Putterbrink van een zekere Jacobus Peroen (ook wel Perou). Dat weten we omdat er getuigen verslagen bewaard zijn gebleven in het Gelders archief (0124_4595-0436). Hij was een vreemdeling die geboren was in Piemont in Noord Italië tegen Frankrijk aan. Nu woonde hij in Hessenkassel, dat zal zijn de stad Kassel in de deelstaat Hessen in Midden-Duitsland. Dat betekend dat hij meer dan 350km gelopen moet hebben voor hij hier in Putten was aangekomen. De plaatselijke diender zag hem kennelijk al aankomen en bracht hem bij de onderscholt Walburg die hem aan de tand voelde en naderhand verslag deed. Hij gaf aan dat hij wolkammer was en droeg een zak met spullen op zijn rug. De inhoud bleek te bestaan uit een paar linnen en een paar zijden neusdoeken (waarom noemen we dat tegenwoordig eigenlijk zakdoeken?), een paar snoeren met valse parels en nog wat lint. Hij zei dat hij dat in Duitsland wilde gaan verkopen. Hij deed dat elk jaar als hij hier kwam om wol te kammen.

De volgende dag kwam dezelfde man klagen bij onderscholt Walburg omdat hij beroofd was van zijn spullen. Drie mannen hadden hem uit het dorp mee gelokt met de belofte dat hij bij hun kon eten drinken en logeren, daarna hadden ze een klus voor hem, wol kammen. Maar in plaats daarvan hadden ze met geweld de zak op zijn rug opengesneden met een mes en daar spullen uitgehaald. Het ging om 33 ellen linnen, twee dozijn valse parels, 8 ellen lint, negen nieuwe en een oude neusdoek en een zwarte das. Daarbij hadden ze hem het mes op de keel gezet en dreigden ze hem in het water te gooien.


Het Handgemeen

Onderscholt Walburg heeft na onderzoek wel een idee wie de drie mannen geweest moeten zijn, namelijk Jorden Gerritsen bouwman op boerderij de Hooft, Lubbert Eersen en Jacob Wijnen. De mannen geven ook zelf toe dat ze met de vreemde man uit het dorp zijn gelopen. Maar op de Putterbrink wilde de man niet verder en toen zijn ze elk huns weegs gegaan naar huis toe. Die drie mannen waren er ook bij geweest toen ik de man voor het eerst aanhield en keek wat voor spullen hij bij zich had. Jacob Wijnen heeft toen nog een parelsnoer voor twee stuivers gekocht. Een jongen die hen wilde volgen hadden ze nog gedreigd te schoppen als hij niet naar huis terug ging. Jammer genoeg is die jongen nu naar Amsterdam, maar hij komt als het goed is met een dag of vijf terug. De inhoud van de zak is weer grotendeels in de sloot terug gevonden door de knecht van Jorden Gerrits.


Kaart van het gebied in 1832, dus ongeveer 100 jaar later. Het dorp Putten is rechtsonder te zien. De Putterbrink is lichtpaars (heide). De weg daar naar boven is nu de Telgterweg. Bouwland in bruin. Naar boven ligt boerderij de (Grote) Hooft, nu helemaal bos en bekend door het pad over de Hooft of Volenbekervoetpad. De schaapskooi daarvan lag mogelijk op het erf zelf en een ander op het meer westelijk gelegen heideveld is vermoedelijk van de Kleine Hooft. Bovenaan de kaart de boerderijen Winkoop en de Kleine Roest waar de vreemdeling hulp zocht. Meer is te zien door te klikken en in te zoomen op de kaarten bovenaan website: https://historieputten.vandekraats.com

De scholt Huijbert Huijbers doet de ondervragingen.

Getuige Eijbert Gerritsen oud 27 jaar (woont in 1749 op de Kleine Roest) verklaard dat hij op dinsdag 13 september omstreeks 8 uur weg ging uit het dorp Putten. Bij de hooiberg van Kil Driesen van Diermen was hij een paar jongens tegengekomen die tegen hem hadden gezegd dat Jorden Gerrits, Lubbert Eersen en Jacob Wijnen samen opliepen met een vreemde man die door de diender bij de scholt gebracht was. Toen getuige bij hun was gekomen, vlak bij de lange schuur, had hij gehoord dat Jorden Gerrits tegen de vreemde man zei: kom maar mee, ik heb eten en drinken en ik zal ook wol geven om te kammen. De drie mannen waren vervolgens blijven staan en hij, getuige, was met de vreemde man al vast een stukje vooruit gelopen. Een van de drie had toen geroepen Eijbert ga maar naar huis toe, wat hij gedaan had. Hij hoorde wel dat Jacob Wijnen dat vertelde bij Tijs Jacobsen in het Elsje (een café?) en dat ze toen met elkaar achter hem aan waren gekomen. Toen hij bij het schaapschot van de Hooft gekomen was hoorde hij een groot gekerm en er werd meerdere keren geroepen “Heer O Heer”. Hij was er van overtuigd dat dat de stem van de vreemde man was. Daarna hoorde hij nog lang gepraat en was hij naar huis gegaan. De volgende morgen was de vreemde man bij hem aan huis gekomen met de vrouw van boerderij Winkoop. Hij vertelde dat die drie van gisteren hem met geweld spullen hadden afgenomen. Twee waren van een redelijke lengte. De langste was het ergste en had met het mes de zak opengesneden, spullen eruit gehaald en daarna het mes op zijn keel gezet.

De tweede getuige heet Gosen Stevense oud in de 20 jaar en is knecht bij Jorden Gerritsen op de Hooft, hij doet zijn verklaring samen met Cornelis Meijnten oud 13 of 14 jaar die scheper (schaapherder) is op de Hooft. Zij waren in de morgen van 15 september de schapen van het schot naar het velt aan het brengen. De scheper had als eerste wat in de sloot bij het schot zien liggen. Gosen had gezegd: laat maar liggen. Kees Hop was langsgekomen en die had het verhaal in het dorp verteld. Cornelis zei nog dat hij er met de schapen was en er een paar in de sloot waren gelopen. Daarom had hij de spullen zien liggen, waarna hij de knecht waarschuwde. Die zei eerst, de helft is voor mij, maar bij nader inzien, leg het maar terug. Hoe het eerst in de sloot was beland wisten ze niet.

Dan is er een verslagje van Walburg die schrijft aan “mijn Heer en Neef” dat hij de vreemde man heeft geconfronteerd met de verdachte personen maar dat die zei dat het te donker was toen het gebeurde. Wel waren het dezelfde drie personen die met hem uit het dorp gelopen waren. Hij was die hele nacht na het gebeuren in het veld blijven liggen en toen het licht werd was hij naar dat huis (van Eijbert Gerritsen) gegaan. Ik heb zijdelings gehoord dat Lubbert Eersen en Jacob Wijnen zoek zouden zijn. De laatste is al twee nachten niet thuis geweest. Jorden Gerrits daarentegen heb ik gisteren nog gezien. Wat moet ik doen mocht die ook weg willen gaan. Jorden Gerrits is boer op het goed van majoor Schortes (De Grote Hooft dus). Jacob Wijnen is vrijgezel, is karman en woont nog bij zijn moeder. Lubbert Eersen is een daghuurder. Mocht ik nog iets te weten komen dan zal ik het aan de heer Landrost laten weten. Elders in deze stukken wordt gesproken over de Landrost van Veluwe, de heer Lubbert Adolph Torck, dus dat zal de ontvanger van de brief zijn.

Dan is er nog een verklaring van Cosijn Anthony van Diermen oud 13 of 14 jaar. Hij was kennelijk de jongen die naar Amsterdam was geweest. Hij stond op die dinsdagavond bij het smitshuis van Wouter Aartsen, daar was een vreemde man die parels te koop had. Daar waren ook Jorden Gerrits, Lubbert Eersen en Jacob Wijnen bij. Hij hoorde dat Jorden Gerrits toen tegen de vreemde man zei, ga met me mee. Ik geef je te eten en te drinken en een gratis slaapplek. Ik zal je ook wol te kammen geven. Samen vertrokken ze naar de Putterbrink. Hijzelf was ze gevolgd tot de hooiberg van Kil Driesen van Diermen tot dat Lubbert Eersen of Jacob Wijnen tegen hem zei, schiet op naar huis of ik geef je een schop onder je kont (scheer uw na huijs toe of ik sal uw met een voet voor uw gadt stoten). Eijbert Gerritse was nog langsgekomen en toen was hij naar huis gegaan. Omdat de getuige minderjarig was hoefde hij geen eed af te leggen maar volstond te zeggen dat hij de waarheid sprak.

 

Hoe het verder afgelopen is weet ik niet. In Arnhem achtte men wel verder onderzoek nodig, maar een vervolg daarop is kennelijk verloren gegaan. Beroving lijkt hier niet het echte doel, want de spullen lagen in de sloot. We kunnen wel een vergelijking maken met de huidige tijd. Vreemdelingen van buiten de groep die in aanvaring komen met personen van binnen de groep. Het zit kennelijk diep in de mens ingebakken hun eigen cultuur te verdedigen.

Overzicht van al mijn verhalen