Klik hier voor de printbare PDF-versie van dit verhaal
|
Het huis te Arler stond aan de Arlersteeg waar nu de boerderij Groot Arler staat. De locatie is gemakkelijk te vinden; als je de Arlersteeg vanaf Putten neemt, dan is het de plek van de boerderij meteen rechts nadat je het viaduct over de A28 bent gepasseerd. De oude schrijfwijze van Arler is Erler. Arler werd overigens door schrijvers met enige regelmaat per vergissing verwisseld met Aller, maar dat is een heel ander goed ruim anderhalve kilometer landinwaarts nog voorbij Oldenaller. De gelijkenis (en verwarring) komt al tot uitdrukking in de lijst van bezittingen van Herbertus van Putten uit 1313 (fig. 1). Deze Herbertus bewoonde zijn stamslot Putten bij Elburg en had ook hier in ons Putten veel eigendommen. In deze oude tekst komt de volgende zin voor: Arnoldus de Aleir II s. de prato sito apud curtim de Erleir. Dat betekent zoiets als: betaling van Arnoldus van Aleir voor weilanden bij de hof Erleir. Aleir (het latere Aller of Oldenaller) wordt wel gelezen als Laar (open plek in het bos) bij het A (water).
Erleir zou dan staan voor het goed Arler aan de huidige Arlersteeg. Met in het achterhoofd dat we hier vroeger het Saksische dialect spraken kijk ik in mijn Duitse woordenboek. Hier staat Erle vertaald als (de boomsoort) Els. Erler zou dan, ook volgens anderen, kunnen staan voor een open plek in het Elzenbos. Dit zijn natuurlijk leuke overdenkingen, maar we schieten er weinig mee op als juist Erleir en niet Aleir aan het water ligt. Interessanter is het woord Curtim of Hof Erleir. De hof staat voor een gebouw met daarop een beheerder waar boeren de pacht betalen, zoals de Kelnarij dat was voor het klooster Paderborn. Onze oud-voorzitter van het PHG, Gérard Hollanders, schreef in het jaarboek 1998 van de vereniging een uitgebreid verhaal over Arler. Hij speculeerde daarin dat de hof functie verhuisd was naar de Hof van Putten op de Hooft in Norden. Maar niets wijst erop dat de hof Erleir in eigendom was van de heren van Putten. In de tekst is alleen sprake van weilanden bij de hof Erleir, niet bij onze hof Erleir. Nu is er in het oudst bewaard gebleven leenboek van de Heren van Putten kort na 1420 wel sprake van 6 morgen land tussen de dijk en de (Arler)steeg gelegen naast het land van Claas van Aller (GA 0426_1-0024). Dit is te lezen en te downloaden, met veel van onze andere bronnen, op de website van het Gelders Archief te Arnhem. Van deze 6 morgen land was Gerrit van Drie uit Elspeet de gebruiker. Ik heb dit perceel weten te achterhalen als J191 en 193, deze liggen bijna een kilometer westelijk van Arler. Van bebouwing op deze (lage) percelen van de Heren van Putten is, voor zover bekend, nooit sprake geweest. Wel is er bebouwing ruim 1km oostelijk van Arler. Hier ligt boerderij de Voordijk, al vroeg beschreven in de leenboeken van de Heren van Putten. Een andere bron is een belastingaangifte “De Schatting van de Veluwe” uit circa 1325 (GA 0001 4046). Hierin vinden we de namen Henric van Erler en Arnout van Erler, met de laatste doorgestreept, waarschijnlijk wegens zijn overlijden. Onduidelijk is of er verband bestaat met het huis Arler. Henric van Erler had de toevoeging zanctensi waar we later op terug komen. Hollanders wees ook op een mogelijke link met de Eltense goederen. Het Tynsboek van Elten, dat handelt omstreeks het jaar 1380, spreekt over het Guet to Erler welke jaarlijks smalle tienden en vlas moet betalen aan de hof in Appel (Kist 1853, pag. 137). Dit lijkt een hard bewijs. De vraag is wel of er niet meerdere goederen in buurtschap Erler waren, er stonden vroeger veel meer huizen in de polder dan daarna. In Norden was er bijvoorbeeld wel sprake van vier Goederen te Norden, steeds van andere partijen. Ik heb namelijk verder onder de Eltense goederen nooit het huis Arler gevonden. In 1650 is er in dit hele gebied zelfs geen enkele afdracht aan de abdis van Elten. Op pagina 134 is er sprake van de tienden van Hoonhorst waaronder een stuk land behoort in “Arnts guede van Erler”. Dit is wel een erg zwak bewijs, een stuk land of goed van Arnts van Erler kan heel goed Eltens zijn en ook overal liggen. Overigens komt in latere tijden de naam Arnt van Erler of Arler voor in stukken van de Kelnarij betreffende Bollengoed, het latere Bijstein, maar niet over Arler zelf. Dit zou kunnen wijzen op een andere tak van de familie. In de Graver van 2008 schreef Gérard Hollanders een artikel “Nogmaals: Aller, Oldenaller en Arler”. Een fragment uit Gelderse geschiedenissen van Arend van Slichtenhorst, werd aangehaald, waarin de bisschop van Utrecht in 1421 met 500 ruiters de Veluwe onveilig maakte door het plegen van rooftochten. Het fragment luidde “(de ruiters) namen ook het huis te Arler in en (hebben) daarbinnen zeven mannen gevangen”. De conclusie was dat hier, zoals wel meer optrad, een verwisseling met Aller was opgetreden omdat Arler in 1421 nog niet gebouwd zou zijn. Maar als in 10% van de gevallen deze verwisseling zou optreden (wat veel is), is er nog steeds 90% kans dat wat er staat (Arler) gewoon waar is. Het is nogal opportunistisch hier een verwisseling aan te nemen omdat dat je standpunt onderschrijft. Gericht te Putten met sporen van ArlerIn overgeleverde gerechtelijke teksten in het Gelders Archief die omstreeks 1420 beginnen zien we sporen van leden van de familie van Arler. Helaas zijn de teksten zeer beknopt. We tonen een aantal uit het gericht (rechtbank) te Putten in telegramstijl. 1419 (0203-7-0024) Hier is sprake van een goed dat van Wolf van Nulde was geweest en nu in bezit van Coop van Vaneveld en Rijnar van Erler. Om welk goed dit gaat is niet duidelijk, mogelijk het latere Vanenburg in Nulde. Er wordt niet gesproken over het Huis Arler, maar toont wel de aan dat de familie Van Erler in het gebied aanwezig was. 1437 (0012 13-0340) Voor 200 Rijnse gulden zijn aan Reiner Henricksen (van Arler) de officien van het ampt Putten en Nijkerk verpand. Dit betreft het uitvoeren van allerlei overheidszaken zoals het innen van tyns en boeten. Hij was getrouwd met Catharina Goderts van Scherpenzeel. Zij kregen een dochter Catharina van Arler en een zoon Henrick van Arler. Catharina stichtte een Vicarie bij het altaar van de kerk van Putten ter ondersteuning van de armen. Deze Reiner Henricksen komen we later tegen. 1438 (0012 13-0299) De boetes van het dijkgraven ampt Putten en Nijkerk zijn verpand aan Reiner Henrixen en Garrit Snapper. In image 0384 wordt gesproken over scholt Reiner. 1456 (0203-14-0138) Willem van Aller(!) beweert dat Sweder van Harderwijk hem onterecht gepeind heeft (beslag leggen) vanwege tienden van zijn goed te Arler, hij heeft namelijk de stedicheit (vaste lasten) voor hem en zijn zuster over de afgelopen 30 tot 40 jaar altijd betaald. Hij vindt het ook lastig want zij hadden altijd een goede band, net als hun voorvaderen (zij gingen samen te stege en te strate, oftewel zij trokken samen op). Iets verderop in de tekst komt het goed te Arler weer voor, dus het lijkt geen simpele schrijffout. Letterlijk kunnen we Goed lezen als onroerend goed, het kan dus behalve een gebouw soms ook grond zijn. Maar hier wordt benadrukt dat het gaat om de oude hofstede of zaalweer te Arler, een gebouw dus. Al eerder in 1450 (0203-3-0249) en in 1461 (0203-4-0023) zijn er getuigen verklaringen dat omstreeks 1421 Henrick van Brienen met de jonkvrouwen Jan(!) en Jutte van Brienen daar op woonden. Maas van Venler had er omstreeks 1428 zelf gewoond, hij pachte het van Reinald van Herwen(?) en jonkvrouw Jan van Brienen. Ook Peter Suermont had er gewoond. Zij betaalde steeds 2 molder gerst per jaar aan Sweder van Harderwijk.
1453-1503 In een tynsboek van deze periode vinden we in het hoofdstuk “Den thyns des nyen landtz inden kerspel van Putten” veel over de ontgonnen landen in de Arkemheense polder en Nulde (0001-2670). Een zoekopdracht naar Erler levert maar liefst 11 treffers op.
1483 In het Harderwijkse recognitieboek 131 fol. 85 machtigt Henric Reynerszoon van Erler zijn zoon Reyner Schout van Putten. Men gaat er tot nu toe vanuit dat pas omstreeks deze tijd Arler als zogenaamd Spijker werd gebouwd, zie Hollanders en ook de Canon van Putten op de website van de gemeente Putten (www.putten.nl). 1484 Uit dit jaar komt een onverwachte bron naar voren. Ik heb die bron eerder behandeld in het artikel “De Hof van Xanten in Huinen”. Het Capittel van Sint Vitus te Xanten, niet ver over de Duitse grens bij Arnhem, had hier Putten veel bezittingen. De meeste lagen in Huinen, enkele anderen maar langs de Zuiderzeekust. Tussen 1430 in 1510 was er sprake van een drastische afname. Twee bezittingen springen eruit voor dit verhaal (Xanten oorkonde 73). Arnt van Erler uyt eyn hofstede guede Reyners soen heben (hebbende). Johann von Brenen (Brienen) aus seiner Hofstatt. Laten die twee families nou net aan elkaar verwant zijn, zoals ook in dit verhaal vaak blijkt, en op en rondom huis Arler allebei landerijen bezitten. Dit suggereert een gift, ooit gedaan door een invloedrijk persoon aan het Capittel te Xanten, die nu weer op de markt gekomen is. We merkten eerder op dat de Henric van Erler uit 1325 de toevoeging zanctensi had wat op bezit van Xanten duidt. 1539 (0203 585-0009) Arnt van Arler met Johanna geven Henrick van Heerde en Margiet van Arler het erf en bouwinge te Huinen. Als onderpand stellen zij hun huis in het dorp Putten. Ook Rimpeler was van de Van Arlers. 1541 (0203 585-0018) Reiner van Arler met Eva (of Eefsche) van Brienen geven aan Henrick van Arler en Nael 1.5 morgen achter Arler (J231?). Oost en west Reiner, zuid kinderen van Henrick Woltersen. Even later in 1541 (0203 585-0207) verkopen Reiner van Arler en Eva van Brienen aan Henrick van Arler en Nael 1.5 m achter Arler. Oost, west en noord Reiner, zuid Henrick Woltersen kinderen. Is de gift toch in een verkoop veranderd?
DijkrollenDan zijn er nog de namen van eigenaars uit de zogenaamde dijkrollen. Hierin werd opgetekend hoeveel roeden van de dijk een eigenaar van een stuk grond in de Arkemheense polder moest onderhouden (een dijkroede was circa 4m). De oudst bewaarde dijkrol dateert uit 1494 (GA 0324_185-0033). Hierin staat het “Goet toe Arler” met ca 2.5 morgen land. Merkwaardig genoeg staat er geen naam bij vermeld, dus wie moet nou die 2.5 roeden dijk onderhouden? Het is misschien een pro memorie opmerking want elders vinden we Reiner Henrixsen met exact dezelfde 2.5 roeden. Nu zijn er meer stukken met precies 2.5 roeden, maar hier zijn de naastliggende roeden van Aalt en Henrick Scholten, dat waren familie leden uit de Nijkerkse tak van de Van Arlers. Naastliggend komt vaak voor als binnen een familie stukken land worden verdeeld, helaas zijn er geen oudere dijkrollen bewaard gebleven. We zien wel verdelingen in de volgende dijkrollen uit 1588 en 1608. Stukken land van 8 en 25 morgen met als eigenaar in 1494 Henrick Reijnersen scholt toe Putten werden verdeeld in 1588 en in 1608 aan Henrick van Arler en zijn zuster Catharina en aan Reiner van Arler. Er bestond nog geen systeem met kadastrale nummers, het is daarom lastig percelen terug in de tijd te volgen om te zien waar het Goed te Arler begon. Gebouwen werden ook niet apart behandeld, het ging om de grond. Alleen de opeenvolging van patronen van naastliggende eigenaren in opeenvolgende dijkrollen verraadt vaak het een en ander. Maar over een tijdsbestek van honderden jaren wordt dat heel onzeker. Vooral omdat in 1611 op een nieuw systeem werd overgegaan waarbij de dijk niet meer door de eigenaren werd onderhouden maar door de polder zelf. Hierbij werd de naamsopvolging in de tekst volledig op zijn kop gezet. Op de dijkrollen van 1611 en later komen we nog terug.
Gericht te Putten vervolg1541 (0203 585-0019) Gertruid van Arler, weduwe van Jacob Saets?, geeft aan dochter Jenneke van Arler en Laurens van Wolfswinkel alles wat ze van vader Johan van Arler hebben geërfd zoals het goed op Arler. Dit kan ik niet in verband brengen met andere bevindingen. Hier wordt waarschijnlijk land op Arler bedoeld. 1545 (0012 17-0029) Tydemansguet van Erler met vier hoeven holts in Putterholt. 1549 (0324 315) Testament overleden Reiner van Arler. Jaarlijkse uitdeling van brood en spek aan de armen. 1549-1561 In een tynsboek uit die tijd (0012-7234-0082) lezen we over een erf in de Blake van de kinderen van Reiner van Arler. Ook vorige eigenaren worden genoemd. Met een volgend tynsboek (0012_1505-0161) kom ik tot de volgende lijst: wed. Gijsbert van Meerveld 1807, Wijnand Berghuis 1776, wed. Geurt van Dompseler 1720, Jan Masen ten Bos gekocht 1702, Otto van der Hell, joffer Sibilla van Speulde wed. Johan van der Hell, Jan van Arler en zuster, kinderen van Reiner van Arler, voorheen Henrick Reiner Henricksen, voorhem Jacob Roest van een erf in de Blake onder Arler, voorheen Andries van Norden. De Blake is een gebied oostwaarts aansluitend op de gronden van Groot Arler. Ik kom hiermee uit aan de andere kant van de A28 bij boerderij Nieuw Arler. 1550 (0203-29-0031) Joffer Naeleken, weduwe van Henrick van Arler, wordt hier genoemd. 1554 (0203 41 0276) Johan Pannekoek als momber (voogd) van zijn vrouw (Catharina van Arler), zegt tegen Henrick van Brienen, dat hij 38 jaar geleden met zijn moeder geweest is bij een bouwman die toen op het goed Arler woonde. En dat Henrick van Brienen de oude, vader van de verweerder, in die tijd geen vaste weg had over een stuk land de grote Cutsweide (schuin tegenover Arler aan de andere kant van de Arlersteeg). Rutger Boijen herinnert zich dat hij ca 26 jaar geleden bouwman was op Arler en daar drie jaar woonde. Willem Vliek, de man van zijn zuster, had de grote Eekrijs in pacht van Van Brienen. Hij zou nooit van zijn leven door het land van Reiner van Arler durven gaan naar de Eekrijs. Jan van Aller(!) heeft ook vier jaar op het erf Arler gewoond en zegt dat Reiner van Arler verbood dat door de Cutsweide naar de Eekrijs gereden werd. Elbert Vliek daarentegen gaf landheer Reiner van Arler elk jaar een mud boekweit en kreeg die toestemming wel. 1557 (0203 42-0091) Johan Pannekoek tegen Henrick en Wolter van Brienen. Nog steeds over de weg naar de Eekrijs. Die laatsten hebben geen recht over het land van Reiner van Arler, de Kutzweide, te rijden naar hun land de Grote Eekrijs. Getuigen waren o.a. Johan van Arler en Gerrit op Watergoor. 1558 (0203 31 0140) Joffer Betta to Boecop, weduwe van Aalt van Harderwijk, kan niet op de zitting verschijnen omdat er pest heerst in haar huis (in Harderwijk). Zij spreekt Johan Pannekoek (getrouwd met Catharina van Arler) erop aan dat hij nog 10 schepel gerst harderwijker maat moet leveren als stedicheit uit Arler. Die zegt op zijn beurt dat ze met bewijs moet komen. Merk op dat het geen stedichheid aan Elten betreft. 1574 (0124 4879-0188) Wendel, weduwe van Johan Gerrits, tegen Reiner van Arler Reiners met zijn broer Henrick van Arler vanwege het verstoren (spolie) van de 3.5m bij Arler. 1582 (0203 585-0200) Naele van Arler met Johan Slodt testament betreffende Ermelo. 1589 (0203 585-0227) Evert Schrasser Philipszoon en Naele van Arler nemen in Huwelijkse Voorwaarden op hun huis in het dorp Putten waarin zij wonen. 1594 (0203 54-084) Henrich en Aalt van Arler klagen Reiner van Vaneveld Henriksen aan omdat hij bij zijn benoeming in het Schoutambt Putten beloofd heeft hun moeder 1743 gulden te betalen vanwege restanten aan belasting inkomsten die zij vooruit betaald heeft. Zo staat in een akkoord, tot stand gekomen met hun oom Gerrit van Arler en beklaagde.
1594 (0203 54-0090) Dezelfde zaak. De broers Henrich en Aalt van Arler komen als klagers in het gericht tegen Reiner van Vaneveld Hendriksen. Hij zou in een contract uit 1574 beloofd hebben om joffer Bije Scholten, weduwe van Reiner van Arler en hun kinderen 1743 gulden te betalen aan momber Gerrit van Arler. Dit vanwege belastinggeld opgebracht door de huislieden van Putten. 1594 (0203 54-0090) Henrick van Arler de oude tegen Jan Woltersen die beweert met zijn vrouw het goed Arler gepacht te hebben en schade te hebben geleden o.a. aan een paard wat hij gekocht had. Henrick beweert dat hij juist schade heeft opgelopen omdat zij hun pacht termijn niet afgemaakt hebben en hij met veel moeite iemand anders moest zien te krijgen. 1598 (0203 585-0313) Schrasser en Naele van Arler bezitten 1 m Eekrijs? (slecht leesbaar). 1603 (0203 585-0356) Henrick van Arler de jonge scholt te Putten en Truide van Ommeren met Gerrit van Arler hun oom als momber maken testament. Zij wonen in het goed en getimmer Bollegoed (Bijstein) in Beisteren. 1607 (0203 587-0044) Verklaring Naele van Arler met Evert Schrasser. Reiner van Arler scholt van Putten is voogd. Zij heeft 1/3 part van 4.5m meenland geërfd van zuster Margarita van Arler, weduwe van Dirck Voet burgemeester te Harderwijk, drie morgen onder Diermen in 3 kampen gezamenlijk met gelijke 3 m van de erven Dirck Voet, 1.5m bij Arler die ze zelf gebruiken. 1609 Een wel heel tastbaar bewijs voor het bestaan van het huis Arler komt voor op een tekening van Kempinck van de polder Arkemheen uit 1609 (fig. 5). Hier staat overduidelijk, met de naam erbij geschreven, het Huis Arler getekend aan de Arlersteeg. Jammer genoeg zijn bijna alleen de randen van de polder gedetailleerd weergegeven.
1613 (0203 65-0246) Geurt Heypel en Truitje van Angeren zouden aan Gerrit van Arler en joffer Eefse een goed in Huinen verkocht hebben (mogelijk Hunestein). 1632 (0203 107 0039) In het gericht te Nijkerk eist Geertje Herberts van Muers voor haar dochter een vergoeding van Casijn van Diermen. Hij was als ontvanger van Arkemheen verantwoordelijk voor zijn voorganger Johan van Arler, die als enige erfgenaam van zijn broer Reiner van Arler, ook dijkgraaf van Arkemheen geweest is. Eiser zegt dat hierover op 20 okt. 1631 een proces aan het hof van Gelre is geweest over de vererving van Reiner van Arler. Hierbij is besloten dat Hermanna van Arler de hele inboedel van Huis Arler zou krijgen na het overlijden van haar vader Reiner van Arler.
Processen in ArnhemDan werden er ook nog af en toe processen gevoerd aan het hof te Arnhem waar sporen van de Van Arlers of het huis Arler voorkomen. 1596 (0124 5010) Henrick van Arler tegen Alydt Pannekoeck, weduwe van Johan van der Hell over de erfenis van land in Arkemheen. Image 0067 Magescheits breef (boedelscheiding) tussen juffer Alijt van der Hell nagelaten weduwe zaliger Johan van der Hell Casijnss en hun dochter joffer Johanna van der Hell ter ene en Henrick van Arler met joffer Harma van der Hell zijn vrouw ter andere zijden, betreffende de nalatenschap van zaliger Casijn van der Hell en joffer Truja van Oldenbernevelt. 1639 (0124 5168) R. Janssen en Metje Reijersdochter tegen Jan van Arler wonende op Arler betreffende een schuldvordering. Reiner van Arler beloofde te betalen in 1619 (0124_5168-0673). Jan van Arler beloofde te betalen op 1638 (0124_5168-0674). Jan van Arler woont op Arler bij captein Appeldoorn (0124_5168-0679). Verponding 1650In de schattingen voor de belastingen, de zogenaamde verponding, uit 1650 wordt Arler uitgebreider beschreven (0008-293-0073). De eigenaar is dan jonker Johan van der Hel en de pachter Aalt Maassen. Het huis (boerderij) van de pachter staat op 0.5 morgen grond. Er ligt 8 m bouwland en 5.5m weiland bij. Daar lopen 2 paarden en 4 koeien op. Er is een (tient)afdracht aan de Jofferen van Harderwijk van 5 schepel gerst. Opmerkelijk is dat binnen deze buurtschap Hoef alleen het huis Arler en het huis Oldenaller apart geschat zijn. Van Arler is de gepachte waarde 30 gulden, van Oldenaller 45 gulden, wat beide niet erg veel is. Maar er staan dus twee huizen op Arler, de boerderij en het Huis Arler.
Periode Van der Hell en Van DelenWe kunnen nu proberen te begrijpen hoe de overgang van de Van Arlers naar de familie Van der Hell verliep. Documenten daarvan lijken er niet meer te zijn, dus we moeten ernaar gissen. De laatste bewoner van de Van Arlers was Hermanna van Arler. Haar grootmoeder was Hermanna van der Hell. Eerder in 1596 kwamen we Henrick van Arler in een proces tegen Alydt Pannekoeck, weduwe van Johan van der Hell. Idem in een proces uit 1554 Johan Pannekoek als momber van zijn vrouw (Catharina van Arler). Het was dus via de Pannekoeken allemaal familie van elkaar en die zullen sowieso in dezelfde kringen hebben verkeerd
We zagen bij de verponding Johan van der Hell als eigenaar, hij was overigens al in 1649 overleden. Hoe is de verdere opvolging op Arler geweest? Johan van der Hell was (voor de tweede keer?) getrouwd met Aleida Sibilla van Speulde, zie fig.2. Een dochter met de naam Margriet (1629-1717) trouwde in 1652 met Peter van Delen (1623 – 1674), luitenant en heer van Crumseler en van Arler. Hij was een zoon van Nicolaas van Delen en Margriet van Appeldoorn. Een zoon van Peter van Delen en Margaretha van der Hell heette Steven van Delen, geboren omstreeks 1655, overleden 1716. Steven droeg net als zijn vader de titels heer van Crumseler en van Arler en was burgemeester van Harderwijk. Een dochter van Peter en Margaretha met de naam Aleijd Sibilla van Delen (1656-1730) trouwt in 1676 met Johan Albert van Pobitz. Jonkvrouwe PloschwitsIn de Protocollen van Putten worden allerlei zakelijke transacties vastgelegd. Zo ook in de recognitieboeken van Harderwijk. Ook de dijkrollen geven informatie zoals we al zagen. Zo is er 8 morgen land aan de overkant van de Arlersteeg, de Hoge Enk van Arler. Hiervan zijn uit de dijkrollen de eigenaren bekend in 1611 (Henrick van Arler de olden) en als een reeks van 1716 tot ca 1840 (vrouw van Delen, vrouwe Plotswits, Gerrit Teunissen van der Horst, Gerrit Jansen op Arler, Beert Hendriksen, Harmen van Es, kinderen Aalt van de Veen, Harmen van Es 1831, Harmen van Es 1840). Soms is alleen de 5 morgen van de Hoge Enk (J162) in eigendom, vaak ook samen met de Hoge Rug (J160 en J161). Opmerkelijk is weer dat het Huis Arler zelf ontbreekt, maar we hebben houvast aan de reeks namen. 1717 (recognitie Harderwijk 151 folio 74verso (image 80)).
1735 Er worden borgen benoemd voor de erfgenamen van hoogwelgeboren Aleida Sibilla van Delen, douairière Van Pobitz (recog. 152 fol. 44 en 176). Eerder in 1710 was haar zoon Abraham van Pobitz op 24 jarige leeftijd als luitenant bij de dragonders in de strijd om het leven gekomen door twee kogels in het hoofd. Zijzelf woonde toen al in Harderwijk als weduwe. Haar man Johan Albrech von Pobitz was als luitenant het jaar daarvoor van zijn paard gevallen en overleden. Aleida Sibilla van Delen was een dochter van Peter van Delen en Margaretha van der Hell (De Navorscher jg. 46). 1741 Een andere dochter van Peter van Delen en Margaretha van der Hell, Geertruijd Henrica van Delen, maakt testament en overlijdt kort daarna. Zij was de laatste van de kinderen van Peter en Margriet. Haar testament wordt in 1742 overgedragen door de hoogwelgeboren vrouwe Margarita van Pobitz, douariere van Ploschwitz. Aanwezig waren daarbij Johan Abraham Albrecht van Ploschwitz, luitenant van de dragonders, jonckvrouwe Anna Catharina Benigna, Willemina Magdalena en Margarita Stephana van Ploschwitz. De jonckvrouwe Aleida Henrica Sibilla van Ploschwitz kon niet aanwezig zijn (recog. 152 fol. 152). De inhoud van het testament wordt hier niet duidelijk. Het verband tussen Pobitz en Polswitsch ook niet helemaal. Een dochter Pobitz zal met een heer Ploschwitz getrouwd zijn. 1775 (0203 539-0179) inventaris boedel van Aalt Hartgersen en Grietje Evers. Ze zijn nog 260 gulden schuldig aan Freule A.C.B. van Ploschwith vanwege achterstallige pacht van het erf en goed Arler. Ze hebben een zoon Hartger Aalten en een dochter Gerritje of Geertje Aalten. Zoon Hartger Aalten trouwt Brandje Martens. Zij krijgen een dochter Jannetje Hartgers, die met Aalt Harmsen van Es (ook geheten Van de Veen) trouwt. Op hun beurt krijgen ze een zoon Harmen van Es, die met Gijsje Willems Nijboer trouwt. Die komen we later weer tegen als eigenaren van Groot Arler. 1789 (0203 864-0142) Op het sterfhuis van jonkvrouwe Anna Catharina Benigna baronnesse van Ploschwits tot Cumseler en Arler blijkt bij het openen van testament wie de erfgenamen zijn. Namelijk Heribert van Westerveld van de Essenburg en vrouwe Aleida Johanna van Westerveld, weduwe van Willem Jan van Westerveld van de Salentein. De erfgenamen verkopen meteen in 1790 het erf en goed Hunestein (zie ook ORAH-156 1789 fol.027vso). 1790 (0203 864-0238) De Westervelt eigenaren verkopen Arler aan Gerrit Teunissen van der Horst en Gijsbertje Harms van de Hoeff het erf en goed Erler in buurtschap de Hoef bestaande als Huis of Spijker, schuur, berg, schaapschot en land de Hoge Enk 5m. Jaarlijkse afdracht aan huis Staverden 5 schepel gerst. 1799 (0203 864-0245) Gerrit Teunissen van der Horst en Gijsbertje Harms van de Hoeff verkopen het erf en goed Erler aan Gerrit Jansen en Jannetje Jans. 1805 (0203 864-0250) Gerrit Jansen en Jannetje Jans verkopen op hun beurt het erf en goed Erler aan Beert Hendriksen en Hendrikje Willems. 1813 (Heyblom 42). Beert Hendriksen en Hendrikje Willems woonden op Renseler en zijn overleden op 16 en 29 april 1809. De voogden van hun minderjarige zoon Willem Berends, veilen het boerenerf Groot Erlaar bestaande uit een huis nr. 281, schuur, twee bergen, schaapskooi, en 4 morgen 125 roeden (3.64 ha J162) bouwland. West Klein Arler, zuid Oldenaller, noord en oost Gerrit van Diest gewaardeerd op 875 gulden. Daarbij een weiland groot 1 morgen 352 roeden (1.44 ha J231?), west Gerrit van Diest, zuid en oost Wulfert van Diest, noord de dijk gewaardeerd op 350 gulden. De veiling mislukt.
1815 (Heyblom 31, 35 en 41) Opnieuw een veiling van Groot Arler ten huize van herbergier Willem Limpert in Putten (later de Heerd). Mede door de Franse taal is een eventuele koper mij niet duidelijk, vermoedelijk Evert en Aalt Harmsen van de Veen 1822 (0168_1114-0171) Gerritje van de Veen, weduwe van Harmen van Es, heeft Groot Arler nagelaten als huis, schuur, 2 bergen, schaapskooi en bijna 7 ha. Jannetje Hartgers, eerst weduwe van Aalt Harmsen van de Veen, nu weduwe van Jan Blokhuis krijgt Groot Arler. 1824 (Heyblom 29) veiling roerende goederen op (Groot?) Arler. Gerrit Riksen is bouwman.
In 1830 (0168-1128-0293) koopt hij ook Klein Arler van Aalt Hartgersen. 1832 (0168-1130-0321) Aflossing hypotheek Harmen van Es. 1832 Harmen van Es eigenaar volgens kadaster J217-222, 160, 161, 162 en 231, Vorige eigenaar was Aalt van de Veen. Weiland J210 aangekocht van Jannetje Hartgersen. 1836 (memsuc 22-0221) Jan Gerritsen van Arler is bouwman op Arler. Een achternaam nu verplicht. Boeren nemen vaak de naam van de boerderij aan, zoals in de volksmond al gebeurde. Hij zal de zoon zijn van de vroegere eigenaar Gerrit Jansen. 1840 (0168-1138-0427) Gijsje Willemsen Nijboer nu weduwe van Harmen van Es. 1871 (memsuc 62-0194) Vanwege overlijden van Gijsje Nijboer, weduwe van Harmen van Es, zijn op Groot Arler aanwezig: Aalt van Es koopman, Willem van Es landbouwer, Harmen van Winkoop met Jannetje van Es, Frederik Willem Schuld met Jannetje van Es. 1871 (0168_3901-0149) Nalatenschap Harmen van Es en Gijsbertje Nijboer, Groot Arler omvat erfpercelen J217, 218, 219, 1042 en 1043 totaal 1.18 ha. Afdracht 1 mud 7 schepel 8 koppen rogge aan Staverden. Daarbij J162, 231 en 1005=ongeveer J210. Willem van Es krijgt Groot Arler met bouwland J162, de Hoge Enk van Arler. 1890 (Pliester 2232) Willem van Es verkoopt aan Aalbert Johanneszoon van Hell de bouwerfjes Groot Arler en Klein Arler J162, 218, 222, 211-215, 1174-1177. 1905 (memsuc 87-0547) Heintje van Meerveld overleden, zij was gehuwd met Harmen van Drie en pachter op Groot Arler. Wat vreemd is, is dat er pacht betaald moet worden aan baron van Goltstein vanwege de hofstede op Arler. Het gaat vrijwel zeker om land bij de hofstede op Arler, namelijk de Hoge Rug (J160 en J161) in bezit van Goltstein. 1916 (Oudendijk Pieterse 2241) Nalatenschap Aalbert van Hell. Aan zoon Dirk van Hell komen de boerenplaatsjes Groot Arler en Klein Arler J162, 218, 222, 211-215, 1174-1177 van 7.20 ha. Dominees kamp J216. Dan nog J231 en de Lucas kampen J228, 230. 1923 (Deibert 1112) Dirk van Hell verkoopt Groot Arler aan Geurt Evers
TenslotteEr was al sprake van een hof Arler in 1313, maar waar stond die precies? Vooralsnog neem ik voor waar aan dat er in 1421 zeven mannen in het huis Arler gevangen genomen waren. Onderzocht werd of er meer vroege bronnen waren ter ondersteuning. Dit leverde wel veel persoonsnamen op, maar weinig duidelijke (en oudere) verwijzingen naar het Huis of Spijker Arler. Een spijker begon overigens ooit als een veilige opslagplaats voor graan, toen een belangrijk betaalmiddel (in Duitsland bedoelt men tegenwoordig met een speicher meestal een opslagplaats voor computer data). Hard bewijs is er wel voor de oude hofstede of zaalweer te Arler waar Willem van Aller in 1461 op woonde en de Van Brienens tenminste al vanaf 1421. Het was toen al een oude Hofstede, maar of dit al een spijker was is de vraag. Al klinkt het woord zaalweer wel als een zaal die verdedigd (verweerd) kan worden. Ze sluiten elkaar ook niet uit, vaak stond er op het erf van een spijker ook een boerderij. Ook de aanwezigheid van Jonkvrouwen doet mij pleiten voor een adellijk onderkomen. Daarbij komt de sterke aanwijzing dat het een lange periode in bezit geweest is van het Capittel te Xanten en ooit geschonken moet zijn door een invloedrijk persoon. Ons Arler staat al op de kaart van 1573 (fig.3). Bij de eerste kadastrale tekening uit 1832 staat het vierkante huis Arler nog getekend. Bij een veldminuten kaart uit 1848 is het verdwenen. Voor meer aanvullende informatie zie het eerder aangehaalde artikel van Hollanders uit het PHG jaarboek van 1998, het is daarna ook als losse overdruk verschenen. In dit jaarboek ook meerdere artikelen over opgravingen op Arler, maar ook over Klein Arler, Nieuw Arler en Oud Arler en over de jongste bewoners. Hier in dit verhaal hebben we de gaten in de lange lijst van eigenaren weten op te vullen. De oorsprong van de naam Erleir blijft me bezig houden. We hadden al de open plek (laar) in het Elzenbos. Mij doet het denken aan het verwante Engelse lair, een rustplaats voor een dier. In Nederland hebben wij het dan over een leger (lager, laer!), bijvoorbeeld van een haas (hazeleger). De generatie van mijn vader en grootvader had het vaak over een nestje (het nesje van die en die) als een eenzame woning in het buitengebied werd bedoeld. Dat heeft gevoelsmatig eenzelfde betekenis. Laar (of ler) is als uitgang van een huis- of boerderijnaam ook lange tijd in zwang geweest, wij kennen nog Dasselaar, Rimpeler, Davelaarsgoed, Batseler, Renselaar en Tinteler. Ongetwijfeld nestjes waar de bewoners zich, als hazen in hun leger, veilig hebben gevoeld. |