Overzicht van al mijn verhalen

Klik hier voor de printbare PDF-versie van dit verhaal

De naamsverwarring tussen de boerderijen Groot en Klein Koestapel in Gerven

Jan van de Kraats

Voor het jaar 1000 was er al een boerderij Koestapel in Gerven. Schriftelijke bronnen zijn er niet, misschien ook nooit geweest. Zoals wel vaker hier op de Veluwe is de boerderij gesplitst. De reden zou kunnen zijn om twee zonen een reden van bestaan te geven. Het oude erf ging volgens lokale gewoonte Groot Koestapel heten en het nieuwe erf Klein Koestapel. Die laatste begon dan wellicht klein maar na enige tijd werd zo'n boerderij in omvang van landerijen vergelijkbaar in grootte met het moederbedrijf. Precies genoeg voor een gezinsbedrijf. Over de oorsprong van de naam Koestapel is niets bekend, suggesties kunt u lezen in mijn verhaal over Klein Koestapel op de Putterbrink. De beide Koestapels in Gerven lagen als een schiereiland in de uitgestrekte woeste gronden van die tijd. Dit is nog duidelijk zichtbaar op de eerste gedetailleerde kaarten van het gebied, zo rond 1800 (zie fig.1). Maar terug naar ongeveer het jaar 1000. Dat eerste millennium zorgde voor veel vrees over het mogelijke einde der aarde. Ook waren er invallen van de Noormannen die als aankondiging gezien konden worden. Dit had tot gevolg dat er voor het toekomstige zielenheil door de vorsten uit die tijd enorme bezittingen werden geschonken aan kerken en kloosters. Al eerder is in deze reeks verhalen over de historie van Putten verteld dat zo veel bezit terecht kwam bij het klooster Abdinkhof in Paderborn met als dependance de Kelnarij hier in Putten, en omdat het uit de zelfde familie kwam een vergelijkbaar bezit bij het St Vitus Klooster in Elten met als dependance de Kemmena in Appel (Nijkerk). Verdere achtergrond informatie kunt u lezen in het boekje van Friso "Een historische zwerftocht door het landschap van Putten" en op de website van Peter Bijvank https://historischgeografischeartikelen.wordpress.com die veel over dit gebied heeft geschreven.

Dit verhaal zal gaan over de naamsverwarring die is opgetreden na 1800. Vooral op de oudere kaarten uit die tijd zien we de naam Klein Koestapel staan bij de boerderij die pal westelijk aan de Voorthuizerstraat ligt. Later zien we echter in koopcontracten van die boerderij de naam Groot Koestapel opduiken. Nu maakten kaartenmakers wel vaker vergissingen in de naamgeving, maar dat kwam meestal omdat men de naam niet goed verstaan had, of men probeerde die in modern Nederlands te vertalen. Groot en Klein verwarren past hier niet bij. Een reden tot nader onderzoek in de oude bronnen. Daaruit blijkt dat Groot Koestapel en het naast gelegen Groot Gerven bij het klooster te Elten terecht kwamen. Het eveneens naastgelegen Gagelwijk, Middel Gerven en het iets verderop gelegen Blarinxhorst kwamen bij de Kelnarij. Klein Koestapel is tussen wal en schip gevallen lijkt het, maar we zien het later toch onder Elten horen. Echter, we willen ons hier niet laten afleiden door het verre verleden. We constateren alleen nog het feit dat omstreeks 1627 Claes Jacobsen boer was op Cleijn Coestapel en Bessel Evertsen op Groot Coestapel. In 1650 heeft Groot Coestapel als eigenaar Margareta van Weede en Klein Coestapel luitenant Ingen.


Fig. 1 Kaart van De Man uit 1805 met Groot en Klein Koestapel westelijk van de Voorthuizerstraat en het Boshuisje oostelijk. Ze liggen als een schiereiland in de heide. Geheel links van boven naar beneden: Klein Gerven of de Keut, Middel Gerven, Groot Gerven en Gagelwijk.

Groot Koestapel

In de protocollen van bezwaar, een vastlegging van verkopingen en hypotheken, duikt ook een enkele keer de naam Koestapel op. In het jaar 1774 was er een taxatie van de bezittingen van Heimen van Blankers en Grietje van Strijland. Hierin staat het erf Coestapel te Gerven vermeld; dat moet dan wel Groot Koestapel zijn want Klein Koestapel had andere eigenaren zoals we straks zullen zien.

In 1816 komen we als bevestiging Groot Koestapel tegen in een notariŽle akte (0168-1108-0340) als binnen de familie Blankers een derde gedeelte van het erf en goed Groot Koestapel wordt verkocht aan Jan van Blankers. Het huis heeft nummer 181 en er worden ook verpondingsnummers van de percelen land genoemd. Helaas zijn de bijbehorende kaarten allemaal verloren gegaan dus we weten niet meer waar die nummers horen. Het bestaat uit een boerenwoning, schuur, twee bergen, twee schaapskooien en 11 morgen 128 roeden bouw en weiland , 7 morgen 169 roe bos, 4 morgen 517 roe broekland en 2 morgen 93 roe heideveld. Het erf is leenroerig aan Elten. Het is aan de ene zijde belendend aan Heribert van Westervelt (Gagelwijk) en Jan Gelderman (Middel Gerven) en aan de andere zijde aan de heide. De verkopers hebben het in bezit gekregen van hun vader Hendrik van Blankers die het weer van zijn ouders Heimen van Blankers en Grietje van Strijland verkregen heeft.

In 1822 komen we Groot Koestapel opnieuw tegen in een successie aangifte (memsuc 5-0168) waarin Evert van Nordegoed en Geertje Blankers te Nijkerk met dochter Geertje van Nordegoed, kennelijk eigenaar zijn van 5/24 part van Groot Koestapel. Het bestaat uit een huis, schuur, varkenschot, twee schaapschotten, twee bergen en ongeveer 13.62 ha (16 morgen) bouw en weiland en 6 ha (7 morgen) broek en velden. Kort daarop in 1823 verkoopt de familie Van Nordegoed -Blankers het erf en goed Groot Koestapel voor 1850 gulden aan Paul Engelbert baron van Hangest d'IJvoij (0168-1115-0133), later groot grondbezitter op de Salentein. Het huis is dan onlangs verbrand, er resteert wat gespaard is gebleven, een schuur, twee bergen en verder getimmer met daarbij de percelen met dezelfde verpondingsnummers als voorheen, in totaal ca 21.72 ha of 25 morgen 300 roeden land. Belendend aan enen zijde zijn schoonvader Heribert van Westerveld en aan de andere zijde heide. Het erf komt uit de grootouderlijke boedel.


Fig. 2 Percelen op de kadastrale kaart van 1832 met bouwland bruin, weiland lichtgroen, heide lila en bos donkergroen gekleurd. De percelen van Groot Koestapel zijn rood omlijnd. Alles oostelijk daarvan was gebied van Klein Koestapel. Later is het gedeelte oostelijk van de blauwe scheidingslijn afgesplitst als terrein met het Boshuisje.

In 1824 is er een aangifte voor successierechten (memsuc 7-0042). Eibert Woutersen bouwman op het erf Nordegoed in Nijkerk verklaart dat zijn broer Aalt Woutersen oud 55 jaar in Putten is overleden. Aalt heeft nauwelijks nalatenschap omdat hij inwoonde op Koestapel welke in de zomer van 1823 is verbrand. Dat bevestigt opnieuw de brand, en Koestapel moet hier dus als Groot Koestapel gelezen worden.

Het afgebrande Groot Koestapel blijft voorlopig lange tijd in handen van de familie d'IJvoij zoals uit het kadaster blijkt, de boerderij zelf wordt niet meer opgebouwd. P.E. d'IJvoij is houtvester van beroep en beplant sommige delen met bos. In een akte uit 1866 (0168-3892-0070) blijkt dat P.E. d'IJvoij met zijn vrouw Aleida Johanna van Westervelt twee dochters had; Anna Magdalena van Hangest baronnesse d'IJvoij weduwe van Hendrik Maurits van Weede wonende op Salentein en Cornelia Maria van Hangest baronnesse d'IJvoij wonende te Amsterdam. Ook vinden we dat Willem Vliek bouwman op Groot Gerven en weduwe Hendriksen bouwster op Gagelwijk land van Koestapel in pacht hebben (0168_3892-0109). Bij de invoering van het Kadaster zien we de percelen van Groot Koestapel terug. Wat lastig is, is dat hij in 1831 heel veel andere bezittingen van zijn schoonvader Heribert van Westerveld van de Salentein in dit gebied heeft geŽrfd en dus alle percelen nu dezelfde eigenaar hebben. Gelukkig kunnen we in de oude handgeschreven kadasterboeken de naam Heribert van Westerveld nog doorgestreept zien staan. Zo krijgen we toch duidelijkheid uit welke percelen Groot Koestapel bestond namelijk G306-317, 329-331, 337-341 (is 25 ha).

Paul Engelbert baron van Hangest d'IJvoij is overleden in 1843. De kadastrale percelen van wat Groot Koestapel vererven in een bundel op dochter Anna Magdalena van Hangest d'IJvoij baronesse echtgenote van mr Hendrik Maurits van Weede. Dit waren dezelfde percelen die we net ook al voor 1832 in bezit van d'IJvoij zagen. Na al die jaren zijn ze weer apart gekomen van de rest. Na haar overlijden in 1877 gaan de percelen over op dochter Jacqueline Pauline van Weede gehuwd met jonker Jan Hendrik van Haersman de With beter bekend in Putten als jonker Jan.

Klein Koestapel

In de protocollen van bezwaar van 1773 staat de eigenaar Jan Apeldorn burgemeester van Harderwijk borg met ondermeer zijn bezit van de helft van Klein Koestapel in Gerven. Kort daarna in 1779 verkopen Arend Vliek en Johanna Haverkamp voor een bedrag van 1750 gulden de andere helft van het erf (klein) Koestapel aan mevrouw Elisabeth van Kolk weduwe van burgemeester Jan Apeldoorn. Het is met huis, berg, schuren en schaapschotten en land enz. in pacht bij Teunis Woutersen en gelegen in Gerwerden. Tevens staat vermeld dat aan de Abdisse van Elten elk jaar twee stuivers aan tins en 7 schepel rogge en 7 schepel boekweit afgedragen moet worden. In 1796 wordt Klein Koestapel opnieuw verkocht, nu aan de heer J.J. Elsevier en zijn vrouw J.P. Martinius.

In een notariŽle akte (0168_1106-0250) lezen we dat Isaac Johannes Elsevier, burgemeester te Barneveld, Klein Koestapel in 1813 via via verkoopt aan dominee Moerell te Voorthuizen. In de eerste vastlegging in het Kadaster in 1832 is Heimen van Diermen eigenaar, maar de naam Moerell staat nog doorgestreept in de handgeschreven versie. Exact zoals we zagen in het eerder gepubliceerde verhaal "Zoektocht naar Zuidwijk" waar dominee Moerell ook eigenaar van was. Klein Koestapel is samen met Zuidwijk in 1830 verkocht aan Heimen van Diermen (MET1830-203). Toen Heimen van Diermen in 1817 trouwde was hij van beroep schaapherder.

Tot zover is alles nog duidelijk wat betreft Groot en Klein Koestapel, hierna begint sluipend de verwarring.

In 1843 (0168-3863-0119) gaat dochter Aaltje van Diermen trouwen met Paulus van Elten. Ze woont nog in bij haar ouders Heimen van Diermen en Reintje Gerrits van Maanen op Koestapel. Geen toevoeging Groot of Klein dus. Maar in hetzelfde jaar verkoopt Heimen van Diermen zich noemend bouwman op Groot Koestapel, dennen (0168-3864-0160). Het zou nog kunnen dat hij buurman d'IJvoij eigenaar van Groot Koestapel een dienst bewijst. Twee jaar later in 1845 gaat zoon Gijsbert van Diermen trouwen met Hendrikje van Rootselaar (0168-3866-0274). Gijsbert woont nog in bij zijn ouders op Koestapel (zonder toevoeging). In 1852 overlijdt de vrouw van Heimen van Diermen, Rijntje Gerrits van Manen. Zij werd ook wel Rijntje Hendriks van Manen genoemd en kwam oorspronkelijk van boerderij Gagelwijk. In de aangifte voor successie (memsuc 53-0126) staat duidelijk dat Heimen Gijsbertsen van Diermen woont op Groot Koestapel! Die boerderij was zoals we gezien hebben afgebrand en nooit meer opgebouwd. Er staat dat zij nalaat: de helft van Groot en Klein Koestapel in Huinen bestaande in twee boerenwoningen, hof, brink, schuren, bergen verder getimmer en onderscheidende percelen bouw en weidelanden velden gronden opgaande bomen en houtgewassen te samen groot ongeveer 50 bunders. Met dit aantal bunders zou je kunnen denken dat hij kennelijk in zijn gedachten het bezit van de buurman al heeft geannexeerd. Dat Huinen genoemd wordt in plaats van Gerven kwam wel meer voor, voor de postbezorging viel het namelijk onder Huinen. Verder staat vermeld als bezitting de helft in een boerenhofstede Schoonhoven genaamd gelegen in Huinen bestaande in een boerenwoning, hof, brink, schuur, berg en verder getimmer, met ongeveer 15 bunders bouw, driest en weidelanden, opgaande bomen en houtgewassen. Schoonhoven heeft hij na 1832 gekocht van Elbert Bouw en hij zal het gecombineerd hebben met percelen van de voormalige boerderij Zuidwijk die daar achter lagen. Het verschijnt later als eigendom van zijn zoon Gijsbert van Diermen. Even later ook nog in 1853 overlijdt Heimen van Diermen zelf (memsuc 53-0424) Hij laat na de helft in een boerenhofstede Groot en Klein Koestapel ook wel Zuidwijk genaamd!! te samen ongeveer 25 bunders en de helft in een boerenhofstede Schoonhoven ongeveer groot 8 bunders. Merk op dat de genoemde bunders ongeveer de helft zijn van de vorige vermelding; heeft men alleen zijn helft van het eigendom gerekend? Door Koestapel gelijk te stellen aan Zuidwijk lijkt bij de familie de fantasie helemaal op hol te slaan. Het jaar daarop in 1854 gaat zoon Gerrit van Diermen trouwen met Harmpje Koopman (0168-3876-0015). Gerrit is nog inwonend op Klein Koestapel staat er. Hier treedt tenminste weer enig historisch besef of bezinning op. Toch ontstaat langzamerhand een nieuw beeld uit koopcontracten waarin het vroegere Klein Koestapel nu Groot Koestapel wordt genoemd. Groot geeft toch iets van meerwaarde aan je bezit, niet waar?

Afsplitsing

Na het overlijden van zijn vrouw heeft Heimen van Diermen Klein Koestapel opgesplitst. Het was waarschijnlijk een oplossing voor gebrek aan contanten bij de erfenis naar de kinderen. Nu was er op het oostelijke gedeelte van het terrein van het oorspronkelijke Klein Koestapel een klein boshuisje, misschien vroeger bewoond door een bosarbeider? Het blijkt dat van 1850 tot 1856 dochter Aaltje van Diermen en Paulus van Elten het Boshuisje bewonen. Dit verklaart misschien ook dat bij het overlijden van Heimen zelf het gebied in oppervlak is gehalveerd. Het gebied oostelijk van de Voorthuizerstraat met daarop het Boshuisje is gesplitst in een oostelijk deel en een westelijk deel. Het meest oostelijke gedeelte met het Boshuisje is afgescheiden en daar is dochter Aaltje gaan wonen. Het overige deel van Klein Koestapel met alles westelijk van de Voorthuizerstraat waar de boerderij op stond en de rest net aan de andere kant tegen de Voorthuizerstraat is verkocht aan Pieter Blom, makelaar te Amsterdam. Laatstgenoemde verkocht het door aan de familie Buse te Renkum, waar het lange tijd in eigendom bleef. De familie van Diermen is dat gedeelte voorlopig wel blijven pachten. Als hoofdbewoner tussen 1853 en 1863 staat namelijk Bartus Bakker, gehuwd met Gerritje van Diermen, genoteerd. De familie Buse verkoopt het na bijna 20 jaar in 1892 aan Gerrit van Montfrans te Nijkerk, die gehuwd was met Neeltje van Aller. In 1904 overlijdt Gerrit en is er weer een verkoop met ditmaal een interessante koper. Het wordt namelijk verkocht aan de ons inmiddels bekende Jacqueline Pauline baronnesse van Weede, gehuwd met jonker Jan Hendrik van Haersma de With. De baronnesse was de kleindochter van P.E. d'IJvoij, eens bezitter van het echte Groot Koestapel en wat ze inmiddels door vererving ook al in bezit heeft zoals we hierboven zagen.


Fig. 3 De kaart van 1872. De topografische Dienst houdt nog keurig de originele namen aan van Klein Koestapel en het Boshuisje. Boerderij Groot Koestapel is verdwenen. Na de Tweede Wereldoorlog geven ze zich gewonnen en staat er Groot Koestapel bij de plek van boerderij Klein Koestapel.

Boshuisje

Het lijkt er op dat dochter Aaltje het toch niet kon rondbreien op het Boshuisje, of misschien had ze gewoon andere plannen. Er is namelijk al in 1858 een successie aangifte (memsuc 56-0530) van Peter Goedvree op 7 sept 1858 overleden en wonende te Diermen H3. Hij was geboren in 1819 en was dus nog maar 59 jaar oud. Hij laat aan zijn vader en zusters Klein Koestapel in Huinen na! beschreven als boerenwoning, hof, brink, schuur, berg en verder getimmer met ongeveer 24 bunder land belendend aan de ene zijde de hofstede Groot Koestapel en aan de andere zijde het gemene veld (de heide). Taxatie 4500 gulden. Zijn vader Reinder Goedvree woonde van 1856 tot zijn overlijden in 1863 op het Boshuisje of Klein Koestapel. Hier zien we dus een verschuiving van de oorspronkelijke naam Boshuisje naar de naam Klein Koestapel, wat natuurlijk ook een meerwaarde geeft.

In 1864 wordt het Boshuisje met de gronden via via verkocht aan notaris Ham te Lunteren. In 1907 verkoopt die het dan toch en wel aan een ons inmiddels bekende partij, namelijk Jacqueline Pauline baronnesse van Weede. Zo komen na waarschijnlijk 1000 jaar gescheiden en opgesplitst te zijn de landerijen van Koestapel toch weer herenigd in een hand. De naamgeving van de gebouwen erop zijn helaas door toedoen van de schaapherder erg verwarrend geworden.

Bronnen:
Gelders Archief notariŽle akten Nijkerk, 0168-xxxx-xxxx.
Gelders Archief Memories van Successie kanton Harderwijk 0030.
Gemeente Archief Barneveld notariŽle akten.
Gemeente Archief Putten.
Zie mijn website https://historieputten.vandekraats.com/ om in te zoomen op de kaart van 1832 en voor een vergelijking met de huidige situatie.

Overzicht van al mijn verhalen